Vlijtingen dorp & geschiedenis

 
Vlijtingen
Wapen
Geografie
Provincie Limburg
Gemeente Riemst
Geografische ligging {{{nb}}} NB {{{ol}}} OL
Geografische ligging 50°50′N 5°35′E
Hoogteligging m
Oppervlakte 8,83 km²
Bevolking
Inwoners
Bevolkingsdichtheid
2.521 (2005)
286 inw./km²
Mannen
Vrouwen
%
%
Overige info
Postcode 3770
Zonenummer 012

Vlijtingen is een deelgemeente van Riemst en ligt in het zuidoosten van Limburg (België) in de regio Haspengouw. Vlijtingen, bestaande uit het dorp zelf en het gehucht Lafelt, telt 2521 inwoners (2005) en bestrijkt een oppervlakte van 883 hectare. In het lokale dialect wordt het dorp Vlètegge genoemd. Flétange is de Franse benaming en Flétindje de Waalse. De dorpel van de Sint-Albanus kerk ligt 85,10 meter boven de zeespiegel.

 

Etymologie

Evolutie schrijfwijze

Jaartal Schrijfwijze
1079 Fletingen
1079 Fleytingen
1139 Fletingis
1340 Fleytingis
1376 Vleytinghen
1381 Fletinghen
1585 Vletinghen
1624 Vleytinghen

Oorsprong

Voor de oorsprong van de dorpsnaam beschikken we over drie hypotheses. Vlijtingen is een samenstelling van vlyt(vlug) en ingen(veld) wat zou verwijzen naar het sneller oogstklaar zijn op deze plek van de gewassen. De naam kan ook afgeleid zijn van vliet wat afgeleid is van het Latijnse vletum en dat beek of rivier betekent. Een derde verklaring zegt dat je Fletinghen kan opsplitsen in flet, ing en heim. Flet/Fleido is een Frankische naam, ing betekent clan en heim huis. De woonplaats van de clan/familie van Fleido die zich hier, afgaand op de naam, gevestigd zou hebben tussen de vijfde en tiende eeuw. Hem komt ook in de lokale straatnamen Ophemmerstraat en Erhemstraat voor waarvan de oorsprong verder onbekend is.
*Carnoy, A., Origine des noms de communes de Belgique, Louvain, Universitas, 1949.

Geschiedenis

Het heemkundig museum toont ondere andere artefacten uit de Steentijd (300.000 tot 35.000 jaar geleden) en de Ijzertijd (circa 800 voor Chr. tot het begin van onze jaartelling), meteen de oudste sporen van lokale menselijke activiteit.

In de Romeinse tijd liepen verschillende Romeinse wegen over Vlijtings grondgebied, de heirbaan Tongeren-Maastricht-Nijmegen en de aftakking van de weg Tongeren-Maastricht-Keulen naar Eigenbilzen. De weg Tongeren-Maastricht-Keulen loopt doorheen het gehucht Lafelt. Sporen van een viertal romeinse villa's werden teruggevonden. Bij de kapel van Onze-Lieve-Vrouw-van-Zeven-Weeën, in het centrum van het dorp, op de Keiberg tussen Vlijtingen en Lafelt en op de Lippensberg tussen Vlijtingen en Hees. Verder zijn er sporen van centuriatio, de Romeinse manier van landverdeling.

Paus Innocentius II bekrachtigde in een bul op 31 maart 1139 dat Vlijtingen, Nyel (dit is Niel Sint Servaas of Groot-Loon), Tweebergen, Hees, Mechelen-aan-de-Maas, Koninksem, Sluizen, Heer-en-Keer, Berg, Bernauw en Zepperen bezittingen waren van de kerk van Sint-Servaas in Maastricht. De Duitse keizer Hendrik IV had ze immers in een oorkonde van 1087 aan de Sint-Servaaskerk van Maastricht geschonken. Deze elf dorpen worden de 'elf banken' of de elf heerlijkheden van Sint-Servaas genoemd. Vlijtingen behoorde dus, in tegenstelling tot de omliggende dorpen, tot het Sint-Servaaskapittel van Maastricht en maakte bijgevolg een eigen historische ontwikkeling door.
De elf dorpen waren vrije rijksheerlijkheden en stonden daarom rechtstreeks onder het gezag van de Duitse Keizer. Ze werden door een kannunik-rijproost van het Sint-Servaaskapittel bestuurd. Het
graafschap Loon en na 1366 het prinsbisdom Luik konden in Vlijtingen dus geen invloed laten gelden. De Luikse Prinsbisschoppen probeerden meermaals tevergeefs hun gezag ook in deze dorpen te vestigen.

In 1934 werd ten oosten van Vlijtingen het Koning Albertkanaal gegraven.

Op 2 juli 1747 werd Vlijtingen grotendeels platgebrand tijdens de slag bij Lafelt. Het kasteel Daelhof, eigendom van het Sint Servaeskapittel, en het Blockhuis, de vergaderplaats van de 'hoofdbank van Vlijtingen' en verblijfplaats van de rijproost, werden tijdens deze slag vernield en niet meer heropgebouwd. De gebouwen bevonden zich op of in de buurt van de huidige Meerplaats.

Vlijtingen was de eerste Belgische gemeente waar een ruilverkaveling doorgevoerd werd (1957-1963).

In 1977 werd Vlijtingen, en haar beide gehuchten Lafelt en Ellicht, gefusioneerd met negen andere dorpen tot de gemeente Riemst.

Bevolkingsevolutie

Jaartal Bevolking


1658 : ca.700 1846 : 1012* 1910 : 1368*
1712 : ca.840 1856 : 978* 1920 : 1472*
jaar VIII : 793* 1866 : 969* 1930 : 1671*
1806 : 811* 1876 : 1022* 1938 : 1846
1818 : 836* 1880 : 1115* 1947 : 2008*
1820 : 863* 1890 : 1145* 1961 : 2214*
1830 : 965* 1900 : 1196* 1976 : 2401

Geografie en ruimtelijke structuur

Vlijtingen ligt in droog Haspengouw. Droge ondiepe dalen met ‘zouwen’ die enkel nu en dan regenwater afvoeren zorgen voor een heuvelachtig landschap met zachte hellingen. De vruchtbare lössbodem wordt volledig bewerkt. Het landschap is dus open en heuvelachtig met karakteristieke kleine landschapselementen (holle wegen, taluds, graften) die in Vlijtingen dikwijls verdwenen zijn omdat de eerste ruilverkaveling van Vlaanderen vrij drastisch ingreep.

Vlijtingen is gelegen in het droge dal van het Hezerwater dat in noordoostelijke richting, via de ‘Zouw van Hees (de zuiw van Hèès) , doorheen Hees, afwatert naar het Albertkanaal en toen dat er nog niet lag naar de Maas. De in de negentiende eeuw aangelegde ‘steenweg’, de N745 (Bilzen-Wezet) begrenst het dorp in het zuidwesten. De belangrijkste straten lopen parallel met het droge dal en liggen dus parallel aan het Hezerwater. De kern van het dorp is erg compact (gesloten bebouwing). Het huizentype evolueerde van halfopen naar vrijstaand in de recentste verkavelingen. Die Laatste hebben de oorspronkelijke gordel van hoogstamboomgaarden, tussen open veld en bebouwing, grotendeels opgeslokt.

Bouwkundig erfgoed en monumenten

De Sint-Albanuskerk

De Sint-Albanuskerk
De Sint-Albanuskerk

De toren van de parochiekerk van Sint-Albanus domineert het dorp. De toren van de neoclassicistische kerk werd gebouwd in 1840, de rest van het gebouw in de jaren 1845-1846. De kerk verving een eerder Romaans bouwwerk dat in 1844 gesloopt werd. De markante vierkante toren is opgenomen in het schip en telt twee geledingen. Elk van de vier gevels eindigt in een driehoekig fronton en het geheel wordt bekroond met een achthoekige daklantaarn. De kerk is opgetrokken in baksteen, voor hoekstenen en omlijstingen zijn vooral mergelsteen maar ook blauwe hardsteen gebruikt.

Op 10 mei 1940 werd de kerk ernstig maar niet structureel beschadigd door de luchtverplaatsing van een Duitse bom die waarschijnlijk de kerk zelf als doelwit had omdat kerktorens potentiële uitkijkposten zijn. De gebrandschilderde ramen werden vernield, de houten toren stond scheef en de leien dakbedekking werd grotendeels weggeblazen. In 1945 was er genoeg geld voorhanden uit het fonds voor oorlogsschade maar vooral van giften om de herstellingen aan te vatten. De houten daklantaarn werd door een identiek exemplaar in gewapend beton vervangen, het dak werd heraangelegd en de gebrandschilderde ramen werden door een familielid van de oorspronkelijke Brugse glazenier die de plannen bezat opnieuw samengesteld. In 1948 werd Centrale verwarming geïnstalleerd en het toegangssas in de rechterbeuk van de kerk werd gebouwd. De Sint-Truidense kunstenaar Heidbuchel bracht muurschilderingen aan achter het altaar en boven de zijaltaren maar die zijn tegenwoordig overschilderd.

In het interieur vinden we een barokke eiken preekstoel uit de eerste helft van de achttiende eeuw die getorst wordt door een beeld van de heilige Johannes. In de jaren tachtig werd het kerkmeubel gestut en tegelijkertijd werd een deel van het houtsnijwerk aan de basis weggenomen. Het kerkorgel is van de hand van Arnold Clerinx(1816-1898)uit Sint-Truiden en dateert uit 1852. Het werd hersteld en uitgebreid in 1970.

In het tabernakel bevindt zich een zilveren barokke stralenmonstrans. De toenmalige kerk werd op 2 juli 1747, tijdens de slag bij Lafelt, geplunderd. Pastoor Wijckmans verzocht Lodewijk XV, die op dat moment in Alden Biezen verbleef, om schadeloosstelling. Hij verkreeg 1800 frank waarmee de monstrans gekocht wordt. Op het voetstuk werden daarom het wapen van Franse koning en de Franse lelie afgebeeld.

De dekenij

Sint-albanusstraat, nr.2. De neoclassicistische dekenij (woonplaats van de deken ) werd opgetrokken in 1868. het gebouw is U-vormig. Het metselwerk bestaat uit baksteen, met hoekstenen in mergelsteen. Vensters en deuren zijn omlijst met blauwe hardsteen. *Bouwen door de eeuwen heen, Inventaris van het cultuurbezit, Architectuur, Deel 14N1 Kantons Riemst Tongeren,Brepols, Turnhout, 1990

Het wit kapelleke

Het kapelletje ligt aan de kruising van de Bosstraat en de Aldenbergweg, is opgedragen aan de maagd Maria en werd gebouwd met witgekalkte mergelblokken. Het bouwjaar is niet gekend.

Het Iers kruis

Halverwege de verbindingsweg tussen Vlijtingen en Lafelt staat het Iers kruis. Deze monoliet werd ingehuldigd op 21 juni 1964 door de heer Biggar, Iers ambassadeur. Het herinnert aan de soldaten van de Irish Brigade, een onderdeel van het Franse leger, die sneuvelden in de slag bij Lafelt in 1747. Het werd bekostigd door "The Cork City Choral Society" waarvan Staf Gebruers (1902-1970), een geëmigreerde Belg, koorleider was.

Verdwenen dorpsgezichten

De Meerplaats (de Mère)

De Meer, het centrale plein van Vlijtingen, op een onbepaald tijdstip, in het begin van de twintigste eeuw, het precieze jaar is niet gekend. Op het plein staat het 'pumpke', de gemeenschappelijke pomp. De gebouwen zijn allemaal verdwenen. Ze waren hoofdzakelijk opgetrokken in witgekalkte mergel. Tegenwoordig zijn er nog slechts enkele gebouwen of delen van gebouwen opgetrokken in deze in de nabijheid ontgonnen kalksteen. Het courante bouwmateriaal is nu baksteen.

De molen (de mjèle)

De windmolen, een ronde stenen grondzeiler, werd gebouwd in 1840 en afgebroken in 1992. Hij stond, toen nog omringd door open veld, op de 'Vlijtingen Berg', het hoogste punt langs de Molenweg die Vlijtingen met Rosmeer verbindt. Op die plek hadden toen al vier eeuwen lang molens gedraaid. De voorlaatste was een houten molen van het Kempisch type die in 1838 omver waaide. Willem Simenon, geboren in 1799 te Herderen, verhuisde rond 1827 naar de Spauwerstraat in Vlijtingen en bouwde er de nu verdwenen molen. Hij was de grootvader van Monseigneur Simenon, naar wie de huidige Monseigneur Simenon laan vernoemd is. Zijn nazaten zouden vier generaties lang molenaar blijven. De laatste onder hen was Paulus Simenon.
Omstreeks 1965 verliest de stenen molen zijn wieken en worden de zware eiken balken weggehaald. In 1992 wordt de indrukwekkende molenromp verkocht. Hij wordt gesloopt. De oude bakstenen worden gerecupereerd. Waar eens de molen stond staat nu een gezinswoning.

Taal

Vlijtingen ligt in het Nederlands taalgebied. Het lokale dialect behoort tot het Limburgs, één van de Nederlandse streektalen. De linguistische afstand van de Nederlandse dialecten tot het Algemeen Nederlands is het grootst in het Zuid-Oosten van Belgisch Limburg en in het Zuiden van Nederlands Limburgs. Aldus de resultaten van het onderzoek op basis van de featurefrequentie methode uitgewerkt en toegepast door de dialectologen Hoppenbrouwers.

Do zu.te zjève vlie.ge
dei wollen 't kinneke bedrie.ge
Ni.na kattepoot
snap here li.nkerpoot
en heit ze alle zjève dood
kinderversje in het lokale dialect. De poes, Nina Kattepoot,
 

waakt naast de wieg over het welzijn van een slapende baby.
Ze grijpt kordaat in als zeven vliegen op vinkenslag zitten
om het kindje te jennen. Lettergrepen die eindigen op een punt
moeten met een sleeptoon uitgesproken worden


Oorsprong :Delen van "Wikipedia"verder bewerkt.